Solarkabel wordt gebruikt om zonnepanelen met de omvormer te verbinden. De kabel is voorzien van een UV-bestendige huls, zodat het goed bestand is tegen weersinvloeden van buitenaf.
De kabel is verkrijgbaar in rood en zwart met verschillende lengtes en diameters. De kleur van de kabel heeft geen invloed op de stroom. Om overzicht te creëren in uw set is het echter gebruikelijk de rode draad als plusdraad te gebruiken. Om de verbinding veilig te maken maakt u gebruik van MC-4 connectoren. Deze connectoren perst u op de kabel door middel van een MC4-tang.
Waarin verschilt solar kabel van gewone installatiedraad?
Een solar kabel ligt jarenlang buiten, op een dak, in de volle zon en bij temperaturen die op een donker dak flink oplopen. Gewone installatiedraad is daar niet op gemaakt: de mantel verhardt, scheurt en laat op termijn vocht door. Speciale solar kabel heeft een dubbele isolatie van vertind koper met een mantel die UV-bestendig, ozonbestendig en halogeenvrij is, en die een veel groter temperatuurbereik aankan.
Daar komt bij dat de DC-zijde van een installatie met hoge spanning werkt. Een string van vijftien panelen komt in de winter zonder belasting makkelijk boven de zeshonderd volt uit. De isolatieklasse van solar kabel is daarop berekend.
De juiste maat kiezen
- 6 mm2 is de standaard voor woninginstallaties en past in alle gangbare MC4-connectoren.
- Reken je stringlengte uit. Hoe langer de leiding, hoe meer verlies; bij zeer lange strings loont een dikkere doorsnede.
- Plus en min gescheiden. Gebruik rood en zwart, of markeer de aders duidelijk. Verwisselen kost je een middag zoeken.
- Vermijd lussen. Leg plus en min zo dicht mogelijk bij elkaar; grote lussen vangen inductiespanning bij bliksem.
Deze solar kabel wordt per meter geleverd, zodat je precies bestelt wat je nodig hebt.
Hoeveel meter heb je nodig?
Reken je stringlengte niet hemelsbreed uit. De kabel loopt van het laatste paneel over het dak, langs de nok of door een dakdoorvoer naar binnen, en vandaar naar de omvormer. Tel daar per string twee aders bij op: de plus en de min leggen allebei die route af. Een gebruikelijke vuistregel is de gemeten route nemen en er tien procent bij optellen voor de bochten, de aftakkingen en de speling die je nodig hebt om connectoren te kunnen krimpen.
Houd er ook rekening mee dat je bij de omvormer een stuk reserve wilt. Moet de omvormer ooit een halve meter verplaatst worden voor onderhoud, dan is een strak gespannen kabel het eerste dat in de weg zit.
Krimpen en connectoren
Aan de uiteinden komen MC4-connectoren. Die krimp je met een speciale krimptang die de juiste holprofiel-vorm geeft; een gewone kabelschoentang plet de huls en levert een verbinding met te veel overgangsweerstand. Die weerstand merk je niet meteen, maar wel na een paar jaar: de verbinding wordt warm, oxideert en gaat uiteindelijk stuk. Dat is de bekendste oorzaak van doorgebrande connectoren op een dak.
Strip de solar kabel op de lengte die de connectorfabrikant voorschrijft, niet op het oog. Te kort strippen betekent te weinig contactoppervlak, te lang strippen laat blank koper buiten de huls steken.
Waar je op moet letten bij de montage
- Laat de kabel niet op het dakvlak liggen. Klik hem met kabelclips aan het montageprofiel, zodat hij niet schuurt en niet in een plas water hangt.
- Trek geen kabel over een scherpe rand. Bij een dakdoorvoer gebruik je een tule of een doorvoer met afgeronde rand.
- Werk overdag met beleid. Zodra er licht op de panelen valt, staat de solar kabel onder spanning. Koppel connectoren pas los als de omvormer uit staat en de DC-schakelaar om is.
- Markeer plus en min aan beide uiteinden, ook als je rood en zwart gebruikt. Op een vol dak is achteraf zoeken tijdrovend.